Artikel - Flair

Terug naar artikelen

Emma (27) heeft vaginisme

Pijnlijk en branderig. Alsof ze doormidden wordt gespleten. Zo voelt het voor Emma als ze gemeenschap probeert te hebben met haar man Simon. Iets wat in tien jaar tijd nog nooit is gelukt.

Emma: “Natuurlijk voel ik wel eens schuldig ten opzichte van Simon. We hebben een relatie en seks met gemeenschap hoort daarbij, maar ik kan het hem niet geven. Ik heb weleens huilend tegen hem gezegd: ‘Doe het maar met een ander.’ Natuurlijk wil ik dat niet écht en ik weet inmiddels gelukkig dat hij dat ook niet wil. We houden van elkaar en hebben ondanks alles een fijn seksleven. Er ontbreekt maar één aspect: penetratie.  
Dat ik vaginisme heb, heeft verschillende oorzaken. Eén ervan is dat vroeger bij ons thuis absoluut niet over seks werd gepraat. Het enige wat wél duidelijk werd gemaakt, was dat seks voor het huwelijk absoluut niet kon. Toch heb ik me niet aan die regel gehouden. Met als gevolg dat ik, voordat ik trouwde, heel lang heb gedacht dat ik me onbewust schuldig voelde ten opzichte van mijn ouders. Misschien zou ik als ik trouwde van mijn schuldgevoel én vaginisme afkomen. Helaas was dat niet zo. Het taboe op seks is niet de enige oorzaak. Ook mijn gesloten karakter speelt een grote rol. Ik kan mezelf heel moeilijk overgeven. 
Simon was mijn eerste vriendje. Ik heb hem leren kennen op een feestje. Op zijn studentenkamer probeerden we voor het eerst te vrijen. Ik was ontzettend zenuwachtig. Vriendinnen hadden me verteld dat de eerste keer geen pretje was, dus wilde ik het snel achter de rug hebben. We waren aardig op dreef, maar omdat het bij mij pijn deed, ging zijn penis er niet in. Na afloop maakte ik me er geen zorgen over, ik wist immers dat de eerste keer bijna nooit perfect verloopt. Maar bij de pogingen erna mislukte de penetratie weer. Ik lette extra goed op, want ik wilde weten wat er precies gebeurde. Waarom het zo’n pijn deed en het niet lukte. Wat we ook probeerden - zittend of ik bovenop bijvoorbeeld -, het ging niet. Simon en ik vreeën daarna nog wel op onze eigen manier, maar als zijn penis per ongeluk 'uitschoot' en ik pijn voelde, sloeg mijn stemming totaal om. Dan werd ik emotioneel en kreeg ik huilbuien. Simon ving me altijd goed op. Ik probeerde mijn verdriet dan te vergeten, al lukte dat vaak niet. Ik zat er ontzettend mee. Ook omdat ik geen idee had wat er aan de hand was.  

Ongeveer een jaar later kwam ik in de bibliotheek toevallig een boekje tegen over dit onderwerp. Ik was verbijsterd. Voor het eerst las ik dat mijn probleem een naam had: vaginisme. En dat ik niet de enige ben die hier last van heeft. Bovendien sprak ik niet lang daarna een vriendin die me zomaar vertelde dat ze vaginisme had en naar een seksuoloog ging. Via haar kwam ik erachter dat ik ook geholpen kon worden. De volgende dag heb ik meteen een afspraak gemaakt bij dezelfde seksuoloog.
Ik kreeg oefeningen die ik thuis moest doen. Het begon met het bekijken van mijn vagina met een spiegel, iets wat ik nog nooit had gedaan, en eindigde met volledige penetratie. Op een gegeven moment lukte het om een vinger in mijn vagina te brengen, maar verder kwam ik niet. In die tijd kreeg ik het heel druk met een verhuizing en ben ik met de oefeningen gestopt. Er speelden zo veel andere dingen in mijn leven. Daardoor vond ik mijn vaginisme even minder belangrijk. 
Inmiddels zijn we tien jaar verder, en is het nog steeds niet gelukt. Als Simons penis tegen mijn opening drukt, krijg ik een pijnlijk, branderig gevoel, alsof ik doormidden word  gespleten. Ik ben nog een keer in therapie gegaan, maar ook dat heb ik vanwege veel drukte in mijn leven niet afgemaakt. Wèl ben ik weer iets verder gekomen; het lukt nu om een klein stukje van de penis in te brengen. Dat is voor ons allebei een overwinning. Voor mij is het geweldig om te merken dat er tóch ruimte is en Simon vindt het ook erg fijn.
Intussen hebben we nog steeds seks. Dat we al tien jaar geen gemeenschap kunnen hebben, betekent niet dat we nooit vrijen. We doen het één à twee keer in de week . Ik denk dat we juist een heel creatief seksleven hebben. We zoeken naar andere manieren om het leuk te hebben, zoals met de hand en de mond. Inmiddels speelt dit onderwerp al zo lang dat we er niet meer dagelijks over praten. We hebben het er alleen over op de momenten dat ik me er vervelend bij voel. Ik vind bijvoorbeeld dat vaginisme mijn vrouwelijkheid aantast. Soms voel ik me niet compleet. Gelukkig kan ik altijd mijn gevoelens bij Simon kwijt. En bij een goede vriendin. Dat scheelt zeker. Hoe vervelend het soms ook is, ik heb me bij de situatie neergelegd. Je hoeft niet ongelukkig te zijn als je vaginisme hebt. Over een tijdje willen we graag kinderen, maar daar maak ik me geen  zorgen om. Er zijn meer mogelijkheden om zwanger te worden. Ook Simon vindt het oké zoals het nu is. Zijn houding maakt het voor mij makkelijker om mijn vaginisme te accepteren. Het klinkt misschien raar, maar ik heb het weleens jammer gevonden dat hij er zo goed mee omgaat. Omdat hij absoluut geen druk op me legt, mis ik bijvoorbeeld een beetje de motivatie om weer met de oefeningen te beginnen. Aan de andere kant zou het natuurlijk veel erger zijn als hij wél druk op me zou leggen.
Ondanks dat ik tevreden ben met ons seksleven hoop ik dat we het ooit echt kunnen doen. Dat gun ik Simon. Hoewel hij hartstikke lief met de hele situatie omgaat,
zou ik het erg leuk vinden als we seks mèt penetratie ook kunnen delen."

Emma's man over haar vaginisme 

Simon (30): “Ik kwam er al snel achter dat het voor Emma  niet prettig was om op de 'normale' manier seks te hebben. Ze was nog maagd, dus ik wist dat de eerste keer voor haar misschien niet de prettigste zou zijn. Ik was er dan ook op voorbereid dat het niet meteen zou lukken. Later hoorde ik dat ze ook geen tampons en zelfs geen vinger kon inbrengen. Ik dacht: als dat al niet gaat, dan zal penetratie zeker niet lukken. Maar in mijn beleving, ik was pas twintig,  had iedereen op de wereld seks, dus ik ging ervan uit dat het uiteindelijk wel goed zou komen. Ik wilde haar tijd en ruimte geven om uit te zoeken wat er aan de hand was. En ik wilde ook weten of onze relatie wel zou werken. Of het op alle vlakken, dus niet alleen op seksueel gebied, zou klikken.
Intussen weet ik dat penetreren een manier is van seks hebben. En niet dé manier. Maar het duurde wel even voordat ik dat besefte. Op mijn twintigste was ik behoorlijk puberaal, ook ten opzichte van seks. Ik vree met maar één doel voor ogen: klaarkomen door penetratie. Ik was in die tijd weliswaar behoorlijk naïef, toch had ik het fatsoen om respect te hebben voor Emma. Ik vond het dom om mijn relatie met haar te laten stuklopen op het feit dat ik niet bij haar naar binnen kon. Sterker nog, dat vond ik te belachelijk voor woorden.
Al snel bleek dat het op alle vlakken klikte tussen ons. De seks was niet zoals ik me van tevoren had voorgesteld, maar dit probleem was nu eenmaal op mijn pad gekomen en vroeg om een oplossing. Er zullen genoeg mannen zijn die keihard zeggen: je bent geen echte vent als je niet op die manier seks hebt. Hoewel ik het niet van de daken schreeuw, ben ik het daar dus niet mee eens. Ik vind dat je juist een echte man bent als je bij je vrouw blijft. Mijn mening wijkt misschien af van die van een aantal andere mannen, maar ik kan me ook weinig voorstellen bij hun opvattingen. Sterker nog: ik vind ze puberaal en bot. Zo ben ik niet en zo wil ik ook niet zijn. Seks vind ik behoorlijk belangrijk. Wat ik vooral belangrijk vind, is dat we samen plezier hebben. En dat hebben we. We zijn op zoek gegaan naar andere manieren om te vrijen, iets waar je wel open voor moet staan natuurlijk. Het was echt een ontdekkingstocht. Er zijn bijvoorbeeld bepaalde technieken om samen klaar te komen. Eigenlijk zou ik iedere man willen uitdagen om een keer seks te hebben zonder penetratie. Emma en ik vrijen normaal, alleen ga ik niet bij haar naar binnen. Wel stimuleer ik met mijn penis haar clitoris. Iets wat je in alle standjes kunt doen. Door te vrijen zoals wij doen, kom ik veel minder snel tot een orgasme, omdat niet mijn hele eikel wordt gestimuleerd. Het is een andere manier van seks. Bovendien merk ik dat we veel meer aandacht hebben voor elkaar. Rechttoe rechtaan-seks en alleen naar het klaarkomen toewerken, lijkt me een stuk minder uitdagend dat wat wij doen.
Voor Emma heb ik een andere vriendin gehad met wie ik ook heb gevreeën. Ik durf niet te zeggen in hoeverre onze situatie anders was geweest als ik dat nog nooit had gedaan. Misschien zou de vraag: 'hoe zou het zijn om seks te hebben mét penetratie?' dan meer hebben gespeeld. Zou ik er nieuwsgierig naar blijven. Maar ik heb het dus een keer gedaan, ik weet hoe het werkt. Bovendien zou ik het veel liever met Emma doen, ook al kost dat tijd en moeite, dan dat ik voor penetratie op zich kies. Anders was ik allang uit deze relatie gestapt.
Emma is een tijd lang heel bang geweest dat ik vanwege haar vaginisme onze relatie zou verbreken. Hoewel het voor mij al vaststond dat ik nooit om die reden bij haar weg zou gaan, kreeg ik toch juist extra de drang om te bewijzen dat ik bleef. Ik voelde me in mijn trots aangetast als ze zei dat ze me niet vertrouwde. Ze heeft zelfs een keer gezegd dat ik met een ander beter af zou zijn. Dat deed ontzettend veel pijn. Ik kon mijn liefde alleen maar laten blijken door wat ik deed en níet deed; ik kon haar vertrouwen alleen winnen door niet weg te gaan en geen rare dingen uit te spoken. Dat is ook niet gebeurd. Maar haar jaloezie en angsten hebben een grotere druk op onze relatie gelegd dan haar vaginisme.
Ergens mis ik de penetratie niet eens. Ook omdat het al zo lang geleden is dat ik het heb gedaan. Het is net alsof dat bij een ander leven en een ander persoon hoort. Toch zou ik heel graag willen dat Emma's vaginisme overgaat, maar om een heel andere reden dan mensen misschien denken. Ik mis het, omdat we aan kinderen willen beginnen. Ik weet dat er ook andere manieren zijn waarop een vrouw zwanger kan raken, maar ik vind dat seks  de meest intieme manier is. Samen, zonder tussenkomst van allerlei hulpmiddelen en dokters. Het fijnste zou zijn om op een ongedwongen, ongeplande manier aan kinderen te kunnen beginnen.
Tijdens de verschillende therapieën die Emma heeft gevolgd, heb ik haar zo als ik kon geholpen. Ik deed wat van me gevraagd werd, en meer. Ik probeerde de druk er een beetje op te houden, omdat ik vond dat ze de therapie moest afmaken. Toch is het anders gegaan en dat respecteer ik. Het is en blijft háár lichaam. Zij bepaalt het tempo. Als ze niet verder wil of geen oefeningen wil doen, omdat ze zich daar niet prettig bij voelt, dan zou ik nooit té veel pushen. Dat zou alleen averechts werken. Soms zou ik willen dat het anders was, normaal. Niet alleen voor mezelf, maar voor ons allebei. Ik verlang niet naar de penetratie op zich, maar naar samen met Emma echte seks te hebben. Onze relatie is goed, de seks is ook goed, maar als het ons samen lukt om tot penetratie te komen, dan kunnen we alles aan!"

Wat is vaginisme precies?
Ellen de Groot is GZ psycholoog/seksuoloog NVVS. Ze werkt op de polikliniek seksuologie van het Leids Universitair Medisch Centrum.
"Vaginistisch zijn betekent dat het niet lukt om gemeenschap te hebben. Veel vrouwen zeggen dat ze het gevoel hebben dat ze 'op slot gaan'. Eigenlijk is dat ook zo. De bekkenbodemspieren rond de vagina spannen zich aan, waardoor het niet lukt om de penis in de vagina in te brengen. Vaak kunnen deze vrouwen ook geen vinger of tampon inbrengen. Angst speelt een belangrijke rol bij vaginisme. Als reactie op die angst span je je spieren aan. Er is niet altijd een duidelijke oorzaak voor vaginisme te vinden. Sommige vrouwen hebben op jonge leeftijd pijnlijke, inwendige onderzoeken ondergaan, bij anderen was seks een taboe binnen het gezin. Ook is er soms sprake van een nare seksuele ervaring. Er hoeft niet altijd een oorzaak te worden gevonden om het probleem op te lossen. Je kunt het zelf proberen op te lossen door in kleine stapjes een vinger of tampons in te brengen. Daarna de vinger van je partner en daarna en vibrator. Als penetratie eenmaal lukt, is de laatste stap om het te combineren met opwindend vrijen. Dat kost tijd, want van angst naar opwinding is een grote stap. Je kunt natuurlijk ook hulp zoeken, te beginnen bij de huisarts. Je vriend kan je helpen door samen te oefenen of samen hulp te zoeken. Het is belangrijk dat hij niets forceert, niet blíjft proberen om gemeenschap te hebben. Aan de andere kant moet hij het ook niet vermijden. Blijf er met zijn tweeën mee bezig. Neem samen kleine stappen en probeer de angst te overwinnen."

Reageer jij vaginistisch en wil je er iets aan doen?
Als je minimaal achttien jaar bent en een partner hebt, kunnen jullie je aanmelden voor een nieuwe behandelmethode die gekoppeld is aan onderzoek bij het Leids Universitair Medisch Centrum of het Universitair Ziekenhuis in Maastricht. Bel voor meer informatie: (071) 5268032 of (043) 3875698.

Meer weten over vaginisme?
Kijk op www.vaginisme-info.nl of www.vaginisme.be.

Terug naar artikelen