Vaginisme Jacqueline van de Bilt (37) ontdekte op haar negentiende dat haar lichaam anders dan bij anderen reageerde op seksuele opwinding. Ze bleek vaginistisch. Bijna had ze zich neergelegd bij een leven zonder gemeenschap, maar na jaren heeft zij het toch overwonnen. Jacqueline van de Bilt (37) ontdekte op haar negentiende dat haar lichaam anders dan bij anderen reageerde op seksuele opwinding. Ze bleek vaginistisch. Bijna had ze zich neergelegd bij een leven zonder gemeenschap, maar na jaren heeft zij het toch overwonnen. "Ik dacht altijd dat gemeenschap voor mij niet zo'n belangrijke zaak was. Ik kon het niet, dus ik deed het niet. Vrijen mét pijn vond ik geen optie. Als ik een man leerde kennen, maakte ik dat ook snel duidelijk, soms zelfs op een eerste date. Ik heb nooit gemerkt dat mannen daarvan schrokken. Waarschijnlijk dachten ze: dat zullen we nog wel eens zien. Met mij lukt het vast! Vaak betekende dat een koude douche, want het lukte écht niet. Nu lijkt het misschien of ik me had neergelegd bij mijn vaginisme. Ik denk ook wel dat ik best een goede manier had gevonden om ermee om te gaan. Ik had genoeg plezier in bed, er zijn tal van andere manieren om het naar je zin te hebben zónder 'het' te doen. Toch was er natuurlijk die andere kant. Als je vriendinnen allemaal al eens het bed hebben gedeeld met een man, als je de verhalen hoort over hoe het is, dan ga je vanzelf twijfelen aan je vrouwzijn. Ik kon iets niet, wat andere vrouwen wel konden. In die tijd was er nog geen internet. Praten over vaginisme is zelfs nu nog uit den boze, maar in die tijd was het helemaal taboe. Ik had het gevoel dat ik de enige vrouw op aarde was die geen gemeenschap kon hebben. Dat maakte me diep vanbinnen ontzettend eenzaam. Gek genoeg had ik wel geregeld vriendjes. Als ik met mijn vriendinnen ging stappen, flirtte ik er - net als zij - lustig op los. Misschien ook juist omdat ik behoefte had aan mannelijke aandacht. Als ik zag dat iemand interesse in me had, voelde ik me wél op en top vrouw." Prima seksleven, zonder 'het' "Ik merkte dat er iets niet klopte toen ik rond mijn vijftiende voor het eerst een tampon wilde gebruiken. Dat lukte niet, maar veel aandacht heb ik er toen niet aan besteed. Pas op mijn negentiende, toen ik voor het eerst met iemand naar bed wilde, had ik door dat er toch wel iets met me aan de hand was. Wat we ook probeerden, het lukte niet om bij mij naar binnen te dringen, zelfs een klein beetje deed ontzettend veel pijn. Alsof ik op slot zat. Ik ben vrij snel naar de huisarts gegaan, omdat ik doorhad dat dit niet vanzelf overging. Mijn huisarts noemde de term vaginisme. Ik kreeg van hem de pilotmethode mee, staafjes van verschillende grootte waarmee ik moest oefenen. Even heb ik het geprobeerd, maar vrij snel heb ik ze in de hoek gegooid, vreselijk. Vrijen werd nu iets problematisch, het was leuker zónder penetratie. Er verstreek een aantal jaren. Jaren met verschillende vriendjes. Ik had een prima seksleven, maar 'het' deden we niet. Ik sprak best vaak met vriendinnen over seks. Eén vriendin was heel open over haar seksleven en over haar lijf. Ik was dat helemaal niet, wist ook niet zo goed waar ze het over had. Ik had het immers nog nooit gedaan. En hoewel ik deed alsof ik zonder kon, was ik stiekem natuurlijk jaloers. Door haar verhalen ben ik daarom opnieuw hulp gaan zoeken. Dit keer bij een vrouwelijke huisarts. Zij legde me heel plastisch uit hoe een vagina in elkaar zit. Waar je kleine en grote schaamlippen zitten, wat de verschillende stadia van opwinding met je doen. Ik kwam achter dingen die ik niet wist en voor het eerst werd me ook goed uitgelegd wat vaginisme is en wat de verschillende oorzaken kunnen zijn. Ze raadde me aan om in therapie te gaan, ze benadrukte dat het een probleem was waar écht een oplossing voor bestond." In therapie "Ik werd doorverwezen naar het Rutgershuis. Na een paar individuele gesprekken werd me voorgesteld om in groepstherapie zou gaan. Daar heb ik over getwijfeld, ik had geen zin om met een groepje zielige vrouwen te praten over wat we allemaal niet konden. Tot ik me realiseerde dat ik mezelf helemaal niet als zielige vrouw zag. In die groep heb ik veel ontdekkingen gedaan. Dat ik een heel ernstige vorm van vaginisme had, bijvoorbeeld. Maar nog veel belangrijker: ik kwam achter de oorzaken. Míjn oorzaken. Want ze zijn voor iedere vrouw verschillend. Lichamelijk bleek er niks mis met me, maar in mijn hoofd, mijn omgang met emoties, met grenzen stellen, dáár ging het mis. Eén oorzaak was bijvoorbeeld dat ik het ontzettend moeilijk vond me open te stellen voor anderen. En tja, dat is - ook in letterlijke zin - wel de bedoeling. Een andere belangrijke oorzaak was dat ik absoluut niet kon opkomen voor mezelf. Niet alleen wat betreft seks, ik had in álles moeite met nee zeggen. Voor mij uitte zich dat in problemen op seksueel gebied. Dat geldt trouwens niet voor elke vrouw, niet iedereen die moeite heeft met nee zeggen is vaginistisch. Maar in mijn geval werd vrijen een té groot ding. Nu deed ik gewoon het niet. Maar wat als het wel lukte? Durfde ik dan wel aan te geven dat ik bijvoorbeeld geen zin had? In mijn hoofd werd het een chaos: was het nou leuk of niet? Omdat ik steeds meer doorkreeg dat ik een oplossing moest zoeken voor achterliggende, psychische problemen besloot ik me niet meer zo op seks te focussen. Ik legde mezelf geen vrij verbod op, maar 'de daad' sloeg ik over. Ik wilde het niet eens meer proberen. Dat was de truc, bleek achteraf. In therapie heb ik hard aan mezelf gewerkt. Ik heb leren nee zeggen. Ik heb mezelf leren kennen, mijn grenzen, mijn behoeftes, mijn passies, mijn doelen. Toen kwam ik hém tegen. De man met wie het voor het eerst in mijn leven wel lukte. Ik voelde me op en top bemind en daardoor gebeurde er iets met me. Op het moment dat we voor het eerst met elkaar naar bed gingen, voelde alles anders dan ooit tevoren. Hij stopte ook iedere keer als hij weerstand voelde en ging pas verder als het wel weer kon. Hij had veel geduld en dat voelde zo respectvol dat het lukte! Het deed geen pijn! Als ik er nu aan denk, kan ik weer helemaal overrompeld raken. Ik was met stomheid geslagen." Lichamelijk bleek er niks mis met me, maar in mijn hoofd dáár ging het mis" Er zijn na die tijd heus keren geweest dat het weer niet lukte. Maar na die ene keer was de basis gelegd; het vertrouwen in mijn lijf begon te groeien. Het is een lange weg geweest, maar inmiddels - ik woon nu samen - is mijn seksleven helemaal zoals ik het wil. Ik heb ontdekt hoe mijn lichaam in elkaar zit, wat de voorwaarden zijn voor een vrijpartij. Ik heb nu eigenlijk pas de ontdekkingsreis gemaakt die iedere vrouw vanaf het begin van de puberteit doorleeft. Ik weet nu wat ik wel en niet wil op gebied van seksualiteit. Dat knuffelen bijvoorbeeld niet altijd betekent dat je daarna seks hebt. En dat de manier van vrijen, teder of juist ruig, afhankelijk is van je stemming. Ik kan er volop van genieten. En dat terwijl ik me er jaren geleden bij had neergelegd dat ik nooit gemeenschap zou hebben. Het hebben van vaginisme heeft me zelfs iets extra's gebracht. Ik was altijd heel creatief in verzinnen hoe het leuk bleef in bed, zónder penetratie. Nu ik dat wél kan, heb ik in feite het beste van twee werelden. Want al die andere dingen ben ik natuurlijk niet vergeten. Als ik andere vrouwen over hun seksleven hoor, denk ik vaak: wat een gemis! Wat heb ik veel extra! Is die jarenlange zoektocht niet voor niets geweest."
Hulp bij vaginisme Jacqueline heeft haar eigen praktijk in psychosociale coaching: Sunniva. In haar praktijk coacht ze mensen op allerlei gebieden, maar ze heeft zich vooral gespecialiseerd in het begeleiden van vrouwen met vaginisme. Meer informatie vind je op www.sunniva.nl. Je kunt ook bellen: (0346) 242110. Meer lezen? De gesloten vrouw, over vaginisme van Connie van Gils & Willeke Bezemer, € 16,95, Uitgeverij Anthos, ISBN 9041403116. Meer weten? Kijk voor meer informatie over vaginisme op www.vaginisme-info.nl, www.vaginisme.be of vagina.pagina.nl.
|